Onderzoek wijst uit: CGT-i ook eerste keus voor mensen met slaapproblemen én medische aandoening
Wat is de beste oplossing voor mensen die worstelen met slapeloosheid én een medische aandoening: cognitieve gedragstherapie (CGT-i) of een lage dosering van het medicijn amitriptyline? Dat was de centrale vraag in het promotieonderzoek van klinisch psycholoog-somnoloog Nynke Rauwerda, werkzaam in Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede. Gedurende zes jaar onderzocht ze deze vraag. En concludeerde dat cognitieve gedragstherapie de eerste keus blijft voor behandeling van slapeloosheid bij deze doelgroep.
“In de dagelijkse klinische praktijk merkten we dat zorgverleners dachten dat CGT-i te zwaar zou zijn voor mensen met slapeloosheid en een medische aandoening, vanwege die aandoening”, legt Nynke uit. “Maar CGT-i is wel een bewezen effectieve behandeling en wordt door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) beschouwd als dé voorkeursbehandeling bij langdurige slaapproblemen.” Dus startte Nynke in 2019 met haar onderzoek waarin ze een groep mensen die kampten met slapeloosheid en een medische aandoening die CGT-i kregen vergeleek met een vergelijkbare groep die een lage dosis amitriptyline kreeg. In totaal namen 190 mensen deel aan het onderzoek, dat was opgezet vanuit Ziekenhuis Gelderse Vallei in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam Universitair Medisch Centrum, Zaans Medisch Centrum, Jeroen Bosch Ziekenhuis en Ziekenhuis Rivierenland.
Baat bij
“Na twaalf weken bleek dat medicatie het niet significant slechter deed in het verminderen van slapeloosheid in vergelijking met CGT-i. De medicatie gaf echter meer bijwerkingen en na het afbouwen van de medicatie kwamen de slaapproblemen weer terug”, vertelt Nynke. “De resultaten van CGT-i waren blijvend, want de behandeling is gericht op bewustwording en gedragsverandering. Ook werden meer patiënten daadwerkelijk geholpen met CGT-i.” Onderdeel van CGT-i is de toepassing van slaaprestrictie, waarbij mensen vaak korter in bed liggen. De verwachting was dat dit zwaarder zou zijn voor mensen met medische problemen. Het onderzoek wees echter uit dat patiënten de CGT-i prima aankonden.
Bekendheid
Zowel Ziekenhuis Gelderse Vallei als het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe bieden al jarenlang CGT-i aan aan patiënten met chronische slapeloosheid en medische aandoeningen. Wordt CGT-i in Nederland voldoende aangeboden? Nynke: “Nog steeds wordt er (te) veel medicatie verstrekt. Gelukkig merken we dat zorgverleners zich in toenemende mate laten scholen op het gebied van CGT-i. Daarmee wordt het dus breder beschikbaar. Maar we moeten de bekendheid van CGT-i verder vergroten, want ik merk dat er patiënten en behandelaren zijn die nog steeds denken dat medicatie de enige oplossing biedt.” Nynke ziet dit als een gezamenlijke missie van Ziekenhuis Gelderse Vallei en Kempenhaeghe. “Kempenhaeghe zette het platform LeerSlapen.nl op, om verwijzers laagdrempelig meer kennis over slaapproblemen en de behandeling daarvan bij te brengen. Dat is een enorme stap in de goede richting.”
Scholing
Zowel zorgverleners als patiënten moeten op de hoogte zijn van CGT-i, zodat ze met elkaar in gesprek kunnen, vindt Nynke. “Minstens zo belangrijk is scholing voor de zorgverleners. Vanuit Ziekenhuis Geldserse Vallei en Kempenhaeghe is er een e-learning gemaakt. Op de website leerslapen.nl kun je er alles over vinden. De Regionale Instituten voor Nascholing en Opleiding bieden eveneens scholingen aan. Maar persoonlijk vind ik dat CGT-i óók onderdeel zou moeten zijn van de universitaire medische opleidingen.”
Ingehaald
Nynke besluit: “Net als Kempenhaeghe werken we ook bij Ziekenhuis Gelderse Vallei aan de totstandkoming van betere slaapzorg in Nederland. Het is onze gezamenlijke missie om betere zorg op de juiste plek aan te bieden. Mijn onderzoek laat zien dat de wetenschap ons heeft ingehaald: wanneer je medicatie direct vergelijkt met CGT-i, blijkt dat medicatie gewoon niet beter is. Het onderstreept nog eens het belang van CGT-i, ook voor mensen met slaapproblemen en een medische aandoening, en is geheel in lijn met de richtlijn van de NHG.”