Een goede scholing van huisartsen en praktijkondersteuners (POH’s) speelt een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met slaapproblemen. Door hun slaapgedrag aan te pakken hoeft er in veel gevallen geen medicatie te worden voorgeschreven. Dat is de conclusie uit het onderzoek van laatstejaars student geneeskunde Joséphine Janssen en arts-onderzoeker en huisarts in opleiding Maria Meijer van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
In 2024 publiceerde het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) de nieuwe richtlijn Slaapproblemen. Net als in de richtlijn uit 2014 stond hierin het advies om slapeloosheid niet medicamenteus te behandelen maar met een gedragsmatige behandeling. De implementatie blijkt echter lastig. Nog steeds krijg twee-derde van de patiënten tijdens een eerste consult medicatie voorgeschreven. Maria: “Zorgverleners in de eerste lijn lopen bij de behandeling vaak tegen barrières aan als te weinig tijd, onduidelijke routes, en onbekendheid met de gedragsmatige aanpak. Vanuit die achtergrond hebben we de SlaapZin-studie opgezet, een onderzoek naar het effect van scholing op de behandeling van slapeloosheid in de huisartsenpraktijk.”
Blended Learning
Maria ontwikkelde samen met somnoloog Ingrid Verbeek van het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe de SlaapZin-scholing voor huisartsen, POH-somatiek en POH- geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Maria: “We hebben deze blended learning in 2024 aangeboden aan 21 huisartsenpraktijken in Noord- en Zuid-Holland. In de bijbehorende SlaapZin-studie vergelijken we deze praktijken met 21 praktijken die de scholing niet hebben gehad. De scholing bestaat uit een fysieke bijeenkomst, e-learning én een online terugkombijeenkomst om vragen te stellen en knelpunten te bespreken. Het was goed om te zien hoe de scholing aansloot bij de praktijk; we hebben veel feedback van deelnemers gekregen.”
Focus op zorgverleners
Joséphine’s onderzoek is onderdeel van de grotere SlaapZin studie. Waar Maria vooral kijkt naar de patiëntenuitkomsten, richt Joséphine zich op de zorgverleners. “De implementatie van slaapzorg in de eerste lijn is heel belangrijk. Toch zijn zorgverleners nooit eerder zo duidelijk bevraagd op de implementatieuitkomsten. Ik heb gekeken naar de effecten van de scholing op de zorgverleners in de huisartsenpraktijk.” In totaal namen 102 personen deel aan haar onderzoek. De helft daarvan had de scholing gevolgd; de andere helft niet. “We hebben onderzocht of de getrainde groep de NHG-richtlijn beter volgt dan de controlegroep en welke implementatieverschillen er bestaan tussen de groepen.” Het onderzoek bestond uit vragenlijsten over hoe de zorgprofesionals psycho-educatie, stimulus controle, ontspanningsoefeningen, slaaprestrictie en slaapmedicatie inzetten bij hun patiënten.
Gedragsmatige verandering
Maria: “Met Joséphines onderzoek kijken we wat zorgprofessionals anders doen als zij scholing hebben gevolgd. Zetten zij vaker de gedragsmatige behandeling in? Wat maakt dat het werkt, of juist niet?” Volgens Joséphine toont haar onderzoek aan dat geschoolde professionals de richtlijn beter volgen dan de controlegroep. “Vooral gedragsmatige interventies als stimuluscontrole en slaaprestrictie worden vaker toegepast. En de houding met betrekking tot slaapmedicatie is terughoudender in de geschoolde groep. We zien dus dat scholing samenhangt met gunstige veranderingen in de determinanten.”
Motivatie
Scholing leidt volgens Joséphine’s onderzoek tot beduidend meer kennis en vaardigheden om slaapproblemen aan te pakken. “De geschoolde deelnemers zijn positiever over gedragsmatige behandelingen. Ook zien we meer begrip van de NHG-richtlijn en een verbetering in praktijkgerichte factoren, met betere afspraken over uitvoering en opvolging van afspraken.” Motivatie is een van de determinanten van gedrag. Joséphine: “Opvallend is dat in de geschoolde én de controlegroep de motivatie vergelijkbaar hoog is. Motivatie is dus geen belemmering. Kennis en vaardigheden maken het verschil. En daarom is scholing essentieel.”
Voor meer informatie:
- www.leerslapen.nl
- Bakker, M.H., et al., Insomnia management in Dutch general practice: a routine care database study. Scandinavian Journal of Primary Health Care, 2023. 41(3): p. 306-316. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37470474/
- Everitt, H., et al., GPs’ management strategies for patients with insomnia: a survey and qualitative interview study. British Journal of General Practice, 2014. 64(619): p. e112- e119. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24567616/
- Haycock, J., et al., Primary care management of chronic insomnia: a qualitative analysis of the attitudes and experiences of Australian general practitioners. BMC Family Practice, 2021. 22(1). https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34294049/
<quotes>
“De houding met betrekking tot slaapmedicatie is terughoudender.”
“Geschoolde deelnemers zijn positiever over gedragsmatige behandelingen.”
“Kennis en vaardigheden maken het verschil.”